Selecteer een pagina

De eerste wakkere uren na de operatie zijn verrassend helder. Bijzonder wel, na een hersenoperatie, denk ik nog. Ik lig naast een piepend toestel en er komen darmpjes uit plaatsen waar ik het niet verwacht had.  De afdeling ‘intensieve zorgen’ is opgebouwd als een panopticum, zoals in de oude gevangenissen, herinner ik mij. De centrale verpleegpost in het midden bewaakt de verschillende kamers die er in stervorm rondom heen liggen. Vanuit mijn bed zie ik altijd wel een verpleger of verpleegster in de verte zitten of wandelen, maar ik hoor ze niet. Een andere patiënt zien, doe ik nooit, maar van tijd tot tijd kan ik ze wel horen. Ik lig daar in die kleine kamer. Alleen met het piepen van de machines, de gedempte gesprekken in de verte en een occasioneel opstootje met wat later een demente patiënte blijkt. Het maakt de hele IZ-ervaring des te meer bijzonder. Ik ben verplicht in “ralenti” gezet. Dat is voor mij een grote aanpassing want vanaf de moment dat ik mijn ogen opende, werkte mijn brein wel. En dan nog wel op volle toeren, in tegenstelling tot mijn lijf, dat nog moet bekomen van een zware operatie. De ideeën, plannen en dromen komen alsof het niets is, Het lijkt alsof mijn hersenen werken als nooit tevoren. Een contradictie die als een noeste werker graaft aan het zwarte gat dat pas dagen nadien zal komen. Veel tijd om stil te staan bij de zaken is er gelukkig niet want er is al snel bezoek. Het bezoekuur is hier kort maar krachtig. Op een half uur tijd komt mijn naaste familie om de beurt in groepjes van 3 binnen. 

Hoewel ik de meeste gisteren nog gezien heb, ben ik enorm blij ze al terug te zien. Alsof ik maanden ben weg geweest. Tussen de tranen door zegt Myrthe al lachend dat we lang genoeg gewacht hebben en dat we zo snel mogelijk gaan trouwen. Ik zie ook geen reden meer om dat nog uit te stellen. Zo voel ik mij over andere zaken ook trouwens. Waarom dingen waar we zeker van zijn uitstellen?  Gewoon doen! Ze vertelt dat de operatie goed is verlopen. Dat er geen complicaties waren bij het verwijderen en dat het gezwel goedaardig was. Ten laatste maandag is er daar uitsluitsel over. Een enorme last valt van mijn schouders. Dat is al achter de rug. Over wat de toekomst gaat brengen wil ik me op dat moment nog geen zorgen maken. Een gevoel van “carpe diem” is al sinds de vorige dag  over mij neer gedaald. Het weerzien met mijn petekindjes en nichtje doet wel even pijn. Ze mogen eigenlijk nog niet binnen maar stiekem kijken ze me van achter het raampje even toe. De tranen schieten in hun  verschrikte ogen en ik voel plots een grote krop in m’n keel. Ik besef nog niet helemaal hoe ik er uitzie. Achteraf valt die euro pas. Op mijn hoofd plakt een groot kompres en er bengelt een darmpje en een flesje uit om het vocht er uit te laten. Ik heb een baard van 3 weken en mijn haar is weggeschoren tot ergens halverwege mijn schedel. Een kind zou voor minder schrikken en slecht dromen over ‘nonkel Nils’. 

De volgende 3 dagen in de Intensieve Zorgen zijn op z’n minst doodvermoeiend te noemen. Het medicijn dat de zwelling in mijn hersenpan moet voorkomen, Medrol, heeft enkele lastige bijwerkingen en dat zal me de komende dagen nog zuur opbreken. Ja, het werkt de zwelling tegen. Maar het is ook een oppepper. De eerste nacht zweef ik ergens tussen slapen, wakker zijn en hallucineren. Gelukkig wordt de Medrol redelijk snel afgebouwd. De eerste drie dagen ben ik eigenlijk helemaal niet moe en slaap ik weinig en slecht. Ik lig tot laat wakker en verveel me eigenlijk steendood. De daaropvolgende maandag word ik naar een afdeling gerold. De eerste kleine overwinning want dinsdag hebben we onze eerste afspraak bij de gynaecoloog mét echo. In hetzelfde ziekenhuis. Dinsdagochtend komt Myrthe me halen en gaan we in het ziekenhuis “op date”. De eerste keer dat ik de afdeling mag verlaten zonder verpleging. De weg van de afdeling naar de gynaecologie voelt als een overwinningsronde. Onze eerste echte ontmoeting met ons kindje. Het moet een bizar zicht geweest zijn. Alhoewel de wachtzaal van gynaecologie dezelfde is als die van neurochirurgie ben ik er zeker van dat niemand van de andere wachtenden daar, verwacht had dat wij zaten te wachten voor een eerste echo onderzoek. 

Zeker niet nadat de chirurg, die enkele dagen er voor nog mijn leven redde, mij en-passant even kort onderzoekt en ons dan succes wenst. Geweldige vent. Ik kan hem aan iedereen aanraden. Maar liever niet natuurlijk. Het zal voor de gynaecologe ook een eerste keer (en hopelijk ook laatste keer) geweest zijn, een apetrotse vader-in-wording met 45 nietjes in de schedel die over haar schouder meekijkt. Het contrast van gevoelens kon op dat moment niet groter zijn. Er vloeien dan ook wat traantjes. Al in de wachtzaal, bij de dokter en achteraf terug op de kamer. Ik voel me op dat moment de gelukkigste mens op de wereld. Maar diep van binnen botst het weten dat ik er even goed niet bij geweest was met dat gevoel van opperste geluk bij het horen van de hartslag van onze gezonde toekomstige zoon. Ik weet heel goed dat ik geluk heb gehad en dat het allemaal  goed is verlopen maar die angst blijft lang smeulen. 

 

Het grote zwarte gat komt dreigend dichterbij. Als we terug op de kamer zijn maken we een foto die we naar onze vrienden en kennissen sturen om hen het goeie nieuws te melden. Er zijn ondertussen wat collega-patiënten bij gekomen. Allemaal oudere mannen met rugproblemen. De ene wat gelatener als de andere. Ze schrikken allemaal als ze mij zien. Allemaal behalve één, die het allemaal al wel eens gezien heeft. Of er al niet meer van verschiet. Want het lijkt voor hem toch allemaal al naar de kloten.’s Avonds moet ik regelmatig lachen met zijn manier van doen, zijn kijk op het leven en de wereld. Het is allemaal de schuld van iemand anders. Zijn vrouw mag het hebben. Mijn medelijden heeft ze alleszins al. Ik beloof dan en daar plechtig voor mezelf dat ik nooit zo mag worden. ’s Nachts kan ik er minder mee lachen. Hij snurkt als een walrus met een verstopte neus en ik kan de slaap niet vatten. Uit miserie stuur ik om 3u30 een lange email naar Jonas en Elke die op dat moment onderweg naar Iran zijn en nog van niets weten. Ik kan nu wel lachen met dat mailtje. Het was een eerste poging tot het wegschrijven van wat er de voorbije paar dagen gebeurd was. Alleen was er toen nog veel meer adrenaline dan nu. Na die zoveelste slapeloze nacht, krijg ik het advies van de chirurg om thuis verder te herstellen. Eerst lijkt me dat een onmogelijke taak. In vijf dagen binnen en buiten na een hersenoperatie? Het kan dus blijkbaar. Ik zal alleszins beter op m’n gemak zijn en beter kunnen slapen. Het beste verpleegstertje op de afdeling, Kira, lapt mij nog wat op en geeft wat bruikbaar verzorgingsadvies aan Myrthe. In de auto naar huis rijdt Myrthe traag en gestaag maar voor mij lijkt het allemaal tegen een rotvaart te gaan. Ik klem mij vast aan de passagiersdeur en de zetel en probeer me te concentreren op dingen in de auto. Het avondzonnetje straalt de auto binnen en ik krijg tranen in mijn ogen. Wat een week! It’s good to be alive!

8 Reacties

  1. Marc Van Wijk

    Zonder woorden……..

    Antwoord
  2. Leslie

    Mooie tekst. Dit is het eerste dat ik ervan zie/hoor ed. Dus enkele dingen rechtzetten. Sterkte, beterschap en nen dikke proficiat.

    Antwoord
    • nils

      Bedankt Leslie. Dat komt omdat ik heb er tot hiertoe ook niet echt te koop mee gelopen. Moest ge mij zijn tegengekomen in de periode kort erna dan had je het wel direct gezien. 😀

      Antwoord
  3. Van Wijk-Vandecruys

    Ja Nils , dat is me wat geweest voor jullie beiden, maar je hebt nog veel geluk gehad..

    Antwoord
  4. Cathy

    Soms weet je niet hoe het verder moet,maar ik weet dat vertrouwen in de toekomst zal helpen.

    Antwoord
  5. Julienne

    Er zijn al veel momenten geweest dat wij een deel van jouw leven hebben meegemaakt,speciale momenten,ok.Nils wat jullie echter tijdens deze laatste onbegrijpelijke periode is overkomen is voor mij onbeschrijflijk.
    Toen ik onlangs even het geluk heb gehad jullie prachtzoon te mogen vasthouden ,dacht ik:voor dit prachtkereltje moest dat helemaal goed verlopen.Ik hoop dat je de restverschijnselen nog kwijt geraakt en dan verder kunt met een superleven,want jullie zijn een supertrio!Heel veel geluk!
    .Georges en Julienne

    Antwoord
  6. tante Rit & Clem

    We kenden jouw verhaal ‘hoe het begon’ en de evolutie.
    Je geschreven teksten kunnen delen met vele mensen is echt grandioos!
    We hopen dat er snel een grote zonnestraal in jullie huisje mag schijnen en duimen mee
    zodat Geduld met een grote G stilaan kan veranderen in Genieten met een grote G!!!
    Dit ook voor je fantastische Myrthe en de ganse familie!!!!!!!!!!
    groetjes en vergeet niet… ‘achter de wolken schijnt de zon’!
    dikke knuffel voor Stafke
    t.Rit & Clem

    Antwoord
  7. panis robert

    hey nils,
    Sorry dat ik uw verhaal nu pas gelezen heb,maar wat je hebt meegemaakt en hoe je dat verwerkt hebt met de steun van alle mensen die kort bij u staan en die zonder twijfel veel van je houden is heel straf.Het laat mij beseffen dat ik moet stoppen met mij druk te maken in de kleine zaken in het leven.Heel veel respect voor jullie.Het ga je goed vent.Groetjes van Christiane en Robert

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *